Vooronderzoek effecten maaimaterieel
Om de beurt
Elk voorjaar start weer het maaiseizoen voor Waterschap De Dommel. Honderden kilometers watergang worden gemaaid om de doorstroom van watergangen te garanderen. Het water mag immers niet té hoog maar ook niet té laag staan. De Dommel maait haar watergangen op een alternerende manier. Dit betekent dat een watergang eerst aan één kant wordt gemaaid en vier tot zes weken later aan de andere kant. Op deze manier hebben vissen en amfibieën altijd een schuilgelegenheid en ontstaat er variatie in de plantengroei. Een positief effect dus voor de biodiversiteit.
Anders als het kan
Maar tijdens het maaien kan niet altijd voorkomen worden dat er toch nog kleine dieren de dupe worden van maaimachines. De uiteenlopende soorten maaimachines hebben allemaal voor- en nadelen. Niet alleen het soort machine, maar ook de manier waarop het gebruikt wordt en hoe de messen worden ingesteld kunnen een wereld van verschil maken. Andere maatregelen ter voorkoming van onnodige slachtoffers worden al zoveel mogelijk toegepast. Zoals het alternerend maaien, dat Waterschap De Dommel al geruime tijd doet. Ook andere variaties in tijd en ruimte zijn effectief: wel of niet maaien tijdens het broedseizoen scheelt aanzienlijk. En als het voor een goede waterafvoer niet nodig is om te maaien? Dan wordt er niet of pas aan het einde van het seizoen gemaaid.
Te land, te water en langs de kant
Om zoveel mogelijk ‘maaislachtoffers’ te voorkomen voert Waterschap De Dommel samen met vijf andere waterschappen een vooronderzoek uit naar de effecten van diverse soorten onderhoudsmaterieel. De onderzoekspartners bij dit project zijn Waterschap Aa en Maas, Waterschap Groot Salland, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Eem en Waterschap Hunze en Aa en ecologisch onderzoeksbureau Staro. Tijdens dit theoretische vooronderzoek is via enquêtes, interviews en een internationale literatuurstudie gekeken naar het effect van het gebruik van verschillende soorten maaimaterieel: wat is het gevolg voor de dieren aan de waterkant, in het water en op het onderhoudspad naast het water? Het resultaat van dit onderzoek is vastgelegd in het rapport ‘Fauna is niet te missen’. Vooralsnog levert dit rapport uit eind december een heel voorzichtige conclusie op. Samen met de vijf waterschappen, en wellicht in breder verband, wordt de komende jaren met praktijkproeven onderzocht of deze conclusie klopt.

Het rapport ‘Fauna is niet te missen’ bevat het voorzichtige resultaat van het onderzoek naar de effecten van divers maaimaterieel