Verfijn op onderwerp

Droog weer levert verbod op

Van de regen en de drup in de sloot

Bakken met regen, slagregens en hoos- en stortbuien: er is behoorlijk wat neerslag nodig om een maand van droogte ‘weer goed’ te maken. Gemiddeld valt er tussen de 700 en 800 mm per jaar aan neerslag in het gebied, dus gemiddeld 70 mm neerslag in een normale maand. Blijft het een maand droog, dan moet in de volgende maand twee keer zo veel regen vallen om de droogte van de vorige maand te compenseren. Het water in beken en sloten en het grondwater moet namelijk weer worden aangevuld. Er is een noodzakelijke minimale hoeveelheid nodig om de goede kwaliteit van het oppervlaktewater te waarborgen en zo de grondwaterstand en de flora en fauna te beschermen.

Het lage waterpeil is de aanleiding tot een waterontrekkingsverbod

 

Ondanks regen toch verbod

Een wateronttrekkingsverbod wordt ingesteld als de afvoer onder de tien procent van de gemiddelde jaarafvoer komt. Op zich was 2010 geen extreem droog jaar. Maar de combinatie van hoge temperaturen en de geringe neerslag in mei en juni zorgden ervoor dat de afvoeren in sloten en beken onder de norm kwamen. Daarom stelde Waterschap De Dommel op 26 juni een verbod in om water te onttrekken uit sloten en beken voor onder andere beregening van gewassen. Ondanks dat het in juli en augustus geregend heeft, viel er toch te weinig neerslag om het tekort te compenseren. Begin augustus was het neerslagtekort het grootst: 190 mm. Uiteindelijk is op 22 september het verbod opgeheven. In het recordjaar 1976 was het neerslagtekort meer dan 300 mm.

De combinatie van aanhoudende droogte en het waterontrekkingsverbod brengt de oogsten in gevaar

Visstandbeheer

Vooronderzoek effecten maaimaterieel